top of page
20250929_145953.jpg

> Zorg > Relatie- en herstelbeleid

Relatie- en
herstelbeleid

Van storend naar sterren-gedrag

Kinderen maken nu en dan fouten. Dat is eigen aan het groeiproces van elk kind. Kinderen kunnen leren uit de fouten die ze maken. Onze school wil hierop inzetten door dialoog en herstel alle kansen te geven: van storend gedrag stap voor stap naar sterren-gedrag. In overleg met de betrokkenen gaan we op zoek naar een gepaste maatregel of een mogelijke oplossing. Op die manier kunnen kinderen mee de verantwoordelijkheid nemen om een oplossing te zoeken voor het conflict of om hun fout goed te maken. 

 

Iedereen heeft immers de vrijheid om zelf te bepalen welk gedrag of welke handeling als grensoverschrijdend wordt ervaren. Omdat grensoverschrijdend gedrag geen vaststaand gegeven is, gebruiken we op school een vlaggensysteem om situaties in te schatten en gepast te reageren:

  • groene vlag: goed tot uitstekend gedrag;

  • gele vlag: licht grensoverschrijdend gedrag;

  • rode vlag: ernstig grensoverschrijdend gedrag;

  • zwarte vlag: zeer ernstig grensoverschrijdend gedrag.

 

Met het vlaggensysteem streven wij drie (3) doelstellingen na en helpt het kinderen om:

  • te komen tot een genuanceerde inschatting van grensoverschrijdend gedrag (de kleur van de vlag geeft de ernst van de grensoverschrijding weer en geeft een meer objectief antwoord op de vraag welk gedrag oké is, welk niet en waarom);

  • de bespreekbaarheid van het grensoverschrijdend gedrag te vergroten (het creëren van een cultuur op school waarin er vooraf principes worden uitgeklaard, afspraken worden gemaakt, voor er incidenten voordoen over oplossingen worden nagedacht én ook positief gedrag bespreekbaar maken);

  • een gepast antwoord of reactie te voorzien op grensoverschrijdend gedrag (een gesprekskader en objectief reactiebeleid bieden).

 

De reactie op het gedrag hangt af van de kleur vlag die de situatie krijgt. We beperken ons niet enkel tot grensoverschrijdend gedrag. Bij een groene vlag is het gedrag goed tot uitstekend. Ook dit gedrag willen we bespreken. Dit doen we door het gedrag: 

  • te benoemen;

  • te bevestigen;

  • uit te leggen waarom het goed tot uitstekend is. 

Bij een gele, rode en zwarte vlag: 

  • benoemen we het gedrag met wat oké en niet oké is;

  • bespreken we de gedachten en gevoelens van de betrokkenen;

  • begrenzen (geel) of verbieden (rood en zwart) we zaken die niet oké zijn;

  • maken we afspraken naar de toekomst met inzet op herstel en nazorg;

  • bespreken we de gevolgen en voeren deze uit (rood en zwart);

  • rapporteren we het gedrag en gevolgen (rood en zwart).

Contacteer ons

Stop, hou op!

Voor jezelf opkomen en je grenzen aangeven, kan voor kinderen best lastig zijn. Ze moeten zich bewust zijn van wat ze vervelend vinden en dat ook durven aangeven op een handige manier. 

20251115 - Stop hou op!-illustraties6.jpg

Contacteer ons

Met ‘Stop, hou op!’ mogen kinderen altijd zeggen als er een grens is bereikt en zij iets niet willen. Het is een simpel zinnetje wat rijmt en goed is te onthouden. Aan de methode hangen vier stappen die we met een poster en eenvoudige visualisatie onder de aandacht brengen en regelmatig herhalen:

  • stap 1: zeg duidelijk aan de andere(n) wat je stoort of wat je voelt;

  • stap 2: vraag beleefd aan de andere(n) om te stoppen;

  • stap 3: indien dit niet lukt, vraag het nog een keer;

  • stap 4: lukt dit nog niet, vraag hulp aan een leerkracht.

Alleen ‘Stop, hou op!’ zeggen is niet voldoende, het gaat er vooral om hóe een kind het zegt. Soms is ‘Stop, hou op!’ niet concreet of duidelijk genoeg voor de andere. Hij/zij snapt niet wat je vervelend vindt. Daarom is het belangrijk dat elk kind leert om duidelijk te vertellen wat hij/zij vervelend vindt, zoals bv.

  • ‘Ik vind het niet leuk dat je me duwt, stop ermee!’;

  • ‘Het doet pijn als je in mijn oor schreeuwt, praat wat zachter’;

  • ‘Geef het terug, want ik was ermee aan het spelen’;

  • ‘Ik wil niet dat je voordringt, want ik ben nu aan de beurt’;

  • ‘Ik vind het niet aardig als je dat zegt, hoe vind je het als ik dit tegen jou zeg?’;

  • ‘Ik vind het vervelend dat je me steeds tikt, hou ermee op’;

  • ‘Ik vind het niet meer leuk en wil dat je stopt’.

 

Of er wordt zo vaak ‘Stop, hou op!’ gezegd dat het niet meer zoveel indruk maakt op de andere. 

 

Ook wanneer een kind half lachend roept dat de ander moet stoppen, heeft deze niet door dat hij/zij het niet leuk vindt. Als een kind iets vervelend vindt, kan het helpen om zijn wenkbrauwen te fronsen en streng/boos te kijken naar de ander.

bottom of page